Vraag van een toekomstig theaterdocent

10 april 2016

Als kind zag ik op straat weleens een persoon met een ‘verstandelijke beperking’. Af en toe zag ik een groep een toneelvoorstelling bezoeken in het dorpje waar ik opgroeide, zag ik een vrouw vakken vullen in de kleine dorpssupermarkt of iemand een gemeentetuintje schoffelen. Als puber dronk ik soms een kopje koffie in een ‘speciale’ brasserie met mijn moeder en vonden we het ‘schattig’ en ‘gemoedelijk’ om te zien met hoeveel focus dat kopje koffie dan gebracht werd. Maar verder dan dat ging het contact eigenlijk nooit. Ik had er eigenlijk ook nooit bij stilgestaan dat onder ‘die’ mensen ook theaterliefhebbers zijn, met net zoveel liefde voor het theatervak als ik. Toen ik op de middelbare school hoorde dat er theatergroepen bestonden voor mensen met een verstandelijke beperking, dacht ik: ‘werken met die theatergroepen? Dat zou ik nooit kunnen…dan moet je wel een heel goede docent zijn…’. En toen ik Margot de Jong van Theater Totaal leerde kennen, gaf ik haar dan ook het ‘compliment’ dat ik het zo knap vond dat ze kon werken met de doelgroep…


Terugkijkend op bovenstaande kan ik mezelf wel voor m’n kop slaan. Hoe naïef gedacht. Niet omdat ik geen bewondering heb voor mensen die werken met mensen met een beperking, maar wel omdat ik er in de afgelopen jaren achter kwam dat de bewondering die ik uitte, in eerste instantie voortkwam uit mijn eigen vooroordeel. Dat vooroordeel kwam ook aan het licht bij mijn eerste bezoek aan een theatergezelschap met verstandelijk beperkte acteurs, op aanraden van Thijs Hazeleger, docent en stagebegeleider in mijn derde studiejaar aan de Docent Theater opleiding in Zwolle. Waarom hij wilde dat ik een bezoek bracht aan Theater Klare Taal in Arnhem begreep ik niet helemaal, maar omdat ik ‘nog geen stage’ had, besloot ik maar een kijkje te nemen. En in een klap werden een groot deel van mijn vooroordelen weerlegd. Terwijl ik ongemakkelijk binnenkwam, niet wetend wat ik moest verwachten, of ik me voor moest stellen aan iedereen of niet en wat ik dan allemaal moest zeggen, sprak ik mezelf toe dat ik me niet zo aan moest stellen en dat ik het allemaal wel zou zien. En voor ik me verder onnodige zorgen kon maken gebeurde het volgende: Ik kreeg een gastvrije ontvangst van alle spelers, die zich een voor een netjes voorstelden (al had ik wel wat moeite om alle spelers in eerste instantie te verstaan, wat weer grappige situaties opleverde met namen). De hele dag bleven ze koffie en thee aanbieden (en aan het eind van de dag stond ik dus stijf van de cafeïne. Overigens volkomen mijn eigen schuld, had ik maar beleefd het zoveelste kopje moeten weigeren).

 

Ook werd ik welkom geheten in de theaterzaal en mocht ik een repetitie bijwonen. De plek waar ik als gast mocht zitten, werd zorgvuldig aangewezen door de spelers. En regelmatig werd me gevraagd of ik wel lekker zat. En daar zat ik dan, in die rode theaterstoel, verbaasd voor me uit te staren. Ik werd echt geraakt door wat ik op de vloer zag. Het was puur, ontroerend, eerlijk en vaak ook ontzettend grappig. Een bijzondere sfeer, zonder schaamte. En ook met ontzettend veel lol. En af en toe een probleempje, wat de regisseur oploste door de acteurs aan te spreken op hun verantwoordelijkheid en dingen die niet met theater te maken hebben ‘buiten de deur te gooien’ na de warming-up. En op dat moment vielen de puzzelstukjes op zijn plaats. Hier wilde ik mijn afstudeervoorstelling maken. En waarom wist ik niet hoe mooi dit is? Waarom gebeurde dit niet in Zwolle of op de opleiding? En op de terugweg in de trein besefte ik me dat ik ook een scriptieonderwerp gevonden had.


Na daadwerkelijk met spelers van Theater Klare Taal toe te hebben gewerkt naar mijn afstudeervoorstelling in 2015 en het voeren van verschillende gesprekken over de doelgroep, de effecten van theater op de spelers en het veranderende overheidsbeleid in 2015, kreeg mijn onderzoeksvraag steeds meer vorm, tot de uiteindelijke vraag: In hoeverre kan theater met verstandelijk beperkte acteurs effect hebben op hun maatschappelijke participatie? In mijn afstudeerscriptie probeer ik op die vraag het antwoord te vinden. Als ik een hypothese zou moeten doen, zou mijn antwoord zijn dat participatie wel degelijk gestimuleerd kan worden. Het mes snijdt echter wel aan twee kanten. Niet alleen de mensen met een beperking moeten actief ‘participeren’, de mensen zonder beperking moeten hen daartoe ook de kans en ruimte geven. Ik heb zelf ervaren hoe ik – onbewust – wel degelijk vooroordelen had over de doelgroep en hoe makkelijk deze weerlegd werden door gewoon eens een kijkje te nemen bij een theatergroep. Ik heb gezien dat mensen met een beperking veel kunnen, als ze maar aangesproken worden op talent en verantwoordelijkheid en niet ‘betutteld’ worden.


Voor mij als toekomstig theaterdocent zie ik hierin ook zeker een rol voor theater, in verschillende vormen. Een voorstelling kan iemands verhaal vertellen, laat toeschouwers kijken, nadenken en – misschien nog wel het belangrijkst – voelen. De kennis over en het begrip voor de doelgroep kan toenemen. Ook zie ik overeenkomsten met dat wat community-art kunstenaars proberen te doen; verbinding brengen. Daarnaast is het voor mij soms vanzelfsprekend dat het doen van theater veel kan betekenen voor een speler. Ik heb met eigen ogen kunnen zien hoe zelfvertrouwen, zelfredzaamheid, zelfkennis, inzet maar ook competenties als stemgebruik, taalbegrip en fysiek bewustzijn kunnen toenemen door het maken van een voorstelling en de vele toe te passen drama-oefeningen. Op de vraag of theater met verstandelijk beperkten kan bijdragen aan hun maatschappelijke participatie antwoord ik dus een volmondig ‘ja’! Maar denken anderen daar ook zo over? Ben ik als theaterliefhebber niet vreselijk - om het begrip nog maar eens te gebruiken - bevooroordeeld?


Om een antwoord te krijgen op mijn onderzoeksvraag heb ik al een aantal interviews met theatermakers gehouden en verschillende theatergroepen bezocht. Het balletje is toen pas echt gaan rollen. Na vele gesprekken is het idee ontstaan een enquête op te stellen om effecten van theater in kaart te brengen. Deze enquête is niet bedoeld voor theatermakers of acteurs, maar juist voor de mensen om de acteurs heen, die op een andere manier naar het theatervak kijken en acteurs goed in de gaten houden, ook in de situatie buiten het theater om: familieleden en begeleiders. Onderzoeksbureau HHM en Special Arts Nederland hebben mij hier ontzettend bij geholpen. Inmiddels staat de enquête online en kan deze ingevuld worden door verwanten van acteurs met een verstandelijke beperking en professionele (zorg)begeleiders. Om een reëel beeld te krijgen van de effecten van theater op de spelers zijn veel respondenten nodig. Ik hoop op veel reacties, zodat ik in mijn scriptie kan bewijzen dat theater wel degelijk een positief effect heeft op de maatschappelijke participatie van acteurs, mede om daarmee het belang van alle verschillende theatergroepen en -werkplaatsen in Nederland te onderschrijven. En ik hoop dat ik in mijn conclusie ook mezelf vrij kan pleiten van mijn ‘bevooroordeelde mening’ als theaterdocent over de positieve effecten van theater.
Helpt u mee? Via de volgende link: http://vragenlijstartez.hhm.nl komt u uit bij de enquête.

 

Annely Noeverman, ArtEZ student Docent Theater

enquete, particpatie, theater

1025

Wat fijn dat je jouw bijdrage wilt geven! Om dat te doen dien je eerst in te loggen.

Heb je nog geen profiel? Registreer dan eerst om een nieuw profiel aan te maken.

Functie(s):Eigenaar
Organisatie:Annely Noeverman Theater & Producties