De kunst van het tentoonstellen: Meer dan alleen kunst tonen

Na het afwerpen van het keurslijf van de rijke elite hebben kunstenaars de ruimte om nieuwe kunst te maken. Zij ontwikkelen niet alleen nieuwe kunststromingen en -bewegingen, maar gaan zich ook richten op nieuwe onderwerpen en thema’s. Doordat kunstenaars niet langer afhankelijk zijn van opdrachtgevers voor het verkopen en tonen van hun kunst, kunnen zij voor het eerst werken maken die een weerspiegeling zijn van hun eigen ideeën en idealen. Deze verandering leidt tot een grote diversiteit aan nieuwe onderwerpen van kunstwerken en biedt ruimte voor nieuwe tentoonstellingen met andere doeleinden dan slechts de beste kunst tonen.

Kunsthistorische tentoonstellingen

Anita Schuurman
Kunsthistorica

 

In de geschiedenis van tentoonstellingen kan er een onderscheid gemaakt worden tussen twee soorten, namelijk de kunsthistorische en die van de innovatieve curator. Dit is echter wel een grof onderscheid en binnen de twee zijn er ook beduidende verschillen tussen diverse tentoonstellingen. Toch is het handig om deze twee categorieën te hanteren, omdat het een omslagpunt in de manier van tentoonstellen aanduidt. De eerste soort, die van de kunsthistorische tentoonstelling, toont op een meer feitelijke manier kunst en is veelal gebonden aan een bepaald tijdvak. Denk bijvoorbeeld aan overzichtstentoonstellingen van een individuele kunstenaar of kunststroming. Het doel van dit soort tentoonstellingen is vaak snel duidelijk, namelijk het bieden van educatie en het tonen van de kunstgeschiedenis. Musea en galeries proberen op een zo neutraal mogelijke manier de kunstgeschiedenis tentoon te stellen. De eerste decennia van (privé)tentoonstellingen die plaatsvinden buiten de salons in de 18e en 19e eeuw kunnen geschaard worden onder de kunsthistorische soort. De kunstmarkt is booming en de tentoonstellingen zijn meer gericht op het tonen van nieuwe kunstvormen, de verkoop en de marketing van kunst, dan dat zij een bepaald thema of onderwerp met zich meedragen. Deze tentoonstellingen zijn echter wel smaakvoller en meer als een samenhangend geheel ingericht dan de salons, waardoor de ervaring van de bezoeker erop vooruitgaat.1

Nieuwe vrijheid en nieuwe tentoonstellingen

Een andere ontwikkeling die past binnen de kunsthistorische tentoonstellingscategorie is die van de internationale exposities die plaatsvinden vanaf de tweede helft van de 19e eeuw. Hier tonen verschillende landen hun nieuwste wonderen op het gebied van industrie en technologie. Daarnaast zijn dit uitstekende momenten om het gewone publiek bekend te maken met de verschillende culturen van de koloniën door bijvoorbeeld objecten gebruikt voor rituelen, kleding en sieraden te tonen. Al worden hierbij deze niet-Westerse volken en culturen niet altijd op een eervolle of integere manier getoond.2 Maar niet alleen de nieuwste ontwikkelingen en veroveringen worden getoond op deze internationale exposities, er wordt ook kunst tentoongesteld. Hierbij zijn individuele kunstenaars niet zozeer van belang, alle kunst wordt getoond als een nationaal gemeengoed. De exposities en bijkomende uitwisseling van ideeën tussen de landen zorgen voor grote veranderingen en vooruitgang binnen de kunst. Kunstenaars ontwikkelen een nieuwe, meer kritische blik op design en kunst en zij worden aangemoedigd hun lot in eigen handen te nemen (in plaats van afhankelijk te zijn van instanties zoals de Academie).


Deze nieuwe inzichten en vrijheden leiden er uiteindelijk toe dat er aan het eind van de 19e eeuw tentoonstellingen ontstaan, waarbij kunstenaars gezamenlijke idealen willen overbrengen. Het symbolisme is bijvoorbeeld een kunstvorm die niet zozeer een artistieke stijl aanduidt, maar meer een denkwijze waarbij betrokken kunstenaars via hun kunst op zoek gaan naar antwoorden op grote levensvragen. Tentoonstellingen met kunst van het symbolisme zijn plaatsen waar het gemeenschappelijke gedachtegoed gepresenteerd wordt aan het publiek en die dienen als een plek voor gedeelde zingeving. In plaats van alleen vooruitstrevende en innovatieve kunst te tonen, zijn tentoonstellingen nu dus ook bedoelt om ideeën uit te dragen aan het publiek, om het publiek te onderwijzen over het leven.

Deze vooruitgang gaat gepaard met het ontstaan van een nieuw beroep. Voorheen is het altijd de conservator geweest die tentoonstellingen vormgeeft en organiseert. Maar vanaf de jaren zestig van de 20e eeuw gaat het radicaal anders en neemt de curator de plek in van de conservator. Dit is het moment waarop de tweede soort van tentoonstellen in beeld komt, die van de innovatieve curator. De curator dient als tussenpersoon tussen kunst en publiek en richt zich op het ontwerpen van een tentoonstelling die op zichzelf al gezien kan worden als kunstwerk. Kunst wordt niet langer zo neutraal mogelijk gepresenteerd. De curator maakt zorgvuldige keuzes en zet kunstwerken naast elkaar om tot een geheel te komen dat een verhaal vertelt of de bezoeker aanzet tot denken. De opvatting van wat het beroep van een curator precies inhoudt, is door de jaren heen sterk veranderd. Om dit beter te begrijpen, kunnen we kijken naar drie verschillende rollen van de curator.3

Een beroep in ontwikkeling

Begin van de 20e eeuw is het doel van de curator het promoten van nieuwe kunstenaars. Deze curator-als-promotor staat achter de kunst die hij toont, oftewel dit vindt de curator de beste kunst van deze tijd. Dit thema van tentoonstelling heeft sterke overeenkomsten met de kunsthistorische tentoonstellingssoort, alleen speelt de mening van de curator hier een grote rol. De curator-als-promotor wordt opgevolgd door de curator-als-maker, waarbij het de taak is van de curator om nieuwe manieren te bedenken waarop iets gepresenteerd kan worden. De curator speelt met de regels van kunsttentoonstellingen en creëert iets nieuws en verrassends. Toch wordt er ook bij deze vorm vanuit gegaan dat de curator achter alle kunstwerken die hij toont staat en deze bewondert, zonder een sterke mening te hebben over individuele werken. De curator stelt dat al deze kunstwerken een bepaald idee over kwaliteit in zich dragen, hij staat als het ware in dienst van de kunst.

Eind jaren negentig vindt er een omslag plaats in dit idee. De curator gaat nu meer te werk als een onderwijzer of een vertaler van de kunstwerken die hij toont. De curator neemt niet langer een vast standpunt in over de getoonde kunst, maar bekijkt alles vanuit een dynamisch oogpunt. Dat wil zeggen, de curator geeft door middel van de manier waarop hij de kunstwerken neerzet in de ruimte, de manier van presenteren en de bijbehorende teksten de toeschouwer handvatten voor het interpreteren van de kunst, om zelf onderzoek te doen. De toeschouwer wordt uitgenodigd om niet alleen een oordeel te vellen gebaseerd op schoonheid of bekendheid van de kunstenaar, maar ook om zich af te vragen waarom bepaalde werken gekozen zijn door de curator binnen de tentoonstelling en andere werken niet.4 De curator maakt met zijn tentoonstelling een context waarbinnen de bezoeker zelf op zoek moet gaan naar betekenis.

In de huidige kunstwereld is dit nog steeds de meest voorkomende manier van tentoonstellen. Het onderwerp van de tentoonstelling wordt bepaald door de curator, tegenwoordig zijn dit vaak maatschappijkritische onderwerpen of ideeën, en het is aan de bezoekers wat zij hier precies van leren of welke inzichten zij opdoen. De manier van tentoonstellen wordt dus een leerproces gebaseerd op interpretatie en dat wat er gepresenteerd wordt is de handeling van interpretatie. De curator én de bezoeker zijn beide betrokken bij dit leerproces terwijl zij zich door de tentoonstelling heen bewegen.5 En daarmee is het niet alleen de kunstenaar die zich door de eeuwen heen geëmancipeerd heeft. Ook de bezoeker heeft zich vrijgevochten van passieve toeschouwer naar actieve deelnemer aan kunst en tentoonstellingen.

 

Zelf aan de slag – Wat voor curator ben jij?

Ben je benieuwd wat voor een curator jezelf bent? Doe de test en krijg tips om meteen aan de slag te gaan!

 

Kunstwerk: William Simpson, The transept from the Grand Entrance, Souvenir van de Grote Tentoonstelling, 1851. Lithograaf. Ackermann & Co (uitgever).
 

1 Ten-Doesschate Chu, Petra. Nineteenth-Century European Art. New Jersey: Prentice Hall. 387.
2 Ten-Doesschate Chu, Petra. Nineteenth-Century European Art. New Jersey: Prentice Hall. 351.
3 Volgens de verschillende curatormodellen van curator Massimiliano Gioni. Gioni, Massimiliano. What I Did Last Summer. The Exhibitionist. 32.
4 Gioni, Massimiliano. What I Did Last Summer. The Exhibitionist. 32.
5 Vrije vertaling van citaat van Gioni: ‘The act of exhibiting thus becomes an interpretive learning process in which what is on display is the act of interpretation itself, and in which both curator and viewer become involved as they move through the exhibition.’ Gioni, Massimiliano. What I Did Last Summer. The Exhibitionist. 32-33.

Maak kennis met Anita

Anita Schuurman
Functie: Eigenaar
Organisatie: Anita Schuurman Art Productions
296

Wat fijn dat je jouw bijdrage wilt geven! Om dat te doen dien je eerst in te loggen.

Heb je nog geen profiel? Registreer dan eerst om een nieuw profiel aan te maken.

Functie(s):Eigenaar
Organisatie:Anita Schuurman Art Productions