Kennisartikel: Van wie is de kunst? deel 2

Mensen hebben verschillende uitgangspunten en vinden andere zaken logisch of eerlijk. We hebben daarom het recht om daar een gulden middenweg in te vinden. Maar dat recht laat ook ruimte om regels door middel van contracten zelf in te vullen. Op de vraag: van wie is de kunst, kan Charlotte Meindersma, jurist Charlotte’s Law, daarom alleen een typisch juristenantwoord geven: dat hangt ervan af. In een reeks artikelen legt zij uit waar het dan van afhangt én hoe je ervoor kunt zorgen dat het, voor zowel atelier als kunstenaar, niet meer zo onzeker is.

Waarom is auteursrecht goed regelen belangrijk?

De auteursrechten bestaan uit twee delen: de exploitatierechten en de persoonlijkheidsrechten. De exploitatierechten zijn het recht om werken openbaar te mogen maken en te mogen verveelvoudigen. Openbaar maken doe je bijvoorbeeld door het te exposeren of anderszins aan het (grote) publiek tonen. Het verveelvoudigen gaat zowel om het kopiëren als wijzigen van het werk. Een foto van beeldende kunst is al een verveelvoudiging. Een foto vaker afdrukken is dat ook. Een mal maken van een werk en er zo meerdere exemplaren van maken is dat ook.

Wie het auteursrecht heeft, bepaalt hoe die exploitatierechten ingezet mogen worden en kan dus ook een ander verbieden om het werk te exploiteren. In eerste instantie heeft de maker altijd het auteursrecht. Na het overlijden van de maker gaat het recht over op de erfgenamen en hebben zij nog tot 70 jaar na het overlijden van de maker het auteursrecht. Een werknemer die ergens in loondienst is en betaald wordt voor het werk, krijgt niet het auteursrecht. Dat wordt automatisch van de werkgever, zo schrijft de Auteurswet voor. Soms kan ook een opdrachtgever (automatisch) de auteursrechten krijgen, bijvoorbeeld wanneer de opdrachtgever eigenlijk alle creativiteit inbrengt en de maker alleen maar uitvoert. In de dagbestedingssituatie is hier geen sprake van. De maker is niet in dienst en werkt autonoom. Dat betekent dat de ‘special artist’ in principe altijd de maker en de auteursrechthebbende is van het kunstwerk.

Exploitatierechten

De exploitatierechten kunnen op twee manieren worden ingezet. Het kan worden overgedragen (worden verkocht), dan komt er een nieuwe auteursrechthebbende die de zeggenschap krijgt over de auteursrechten. Deze nieuwe auteursrechthebbende heeft de verplichting om het auteursrecht
ook echt te exploiteren, anders mag de maker het auteursrecht weer terugeisen.

Een andere optie is de licentie. Dit staat ook wel bekend als het gebruiksrecht en zou vergeleken kunnen worden met verhuur. Een sublicentie is daarbij ook mogelijk, te vergelijken met onderverhuur. De licentie zorgt voor ingewikkelde constructies. Telkens zou opnieuw bepaald moeten worden wie dan welk gebruiksrecht krijgt. Dat kost veel administratief werk, maar is wel nodig voor bijvoorbeeld exposities en verhuur van het werk. Dit is geen aanrader.

De exploitatierechten zijn een mogelijkheid om geld te kunnen verdienen met een werk, door de overdracht van het auteursrecht of door de licenties te verstrekken. Dit zou dus ook kunnen helpen om het tekort aan vergoedingen aan te vullen, zodat er voldoende materiaal en machines ingekocht kunnen worden om verder nog werken te kunnen maken. Het enige wettelijke vereiste is de akte. Het staat de maker (en diens vertegenwoordigers) en de dagbestedingsateliers dus verder vrij om andere afspraken te maken Bijvoorbeeld over de vergoedingen of verkoopprijs en de hoogte daarvan, of van alle werken het auteursrecht wordt overgedragen of maar van een deel, wanneer en tegen welk bedrag een maker eventueel een werk terug mag kopen en alles wat partijen onderling belangrijk vinden om overeen te komen.

Persoonlijkheidsrechten

Naast de exploitatierechten mogen we de persoonlijkheidsrechten niet vergeten. Dit zijn bijvoorbeeld het recht op naamsvermelding en de rechten om te verzetten tegen het wijzigen van de titel van het werk en het wijzigen van het werk zelf. Deze rechten kunnen niet worden overgedragen. Maar er kan deels wel afstand van worden gedaan en uiteraard kan besproken worden dat de maker de persoonlijkheidsrechten niet zal handhaven. In het geval van kunst zal er niet altijd behoefte zijn om dergelijke wijzigingen aan te brengen of de naam van de maker niet te noemen. Toch is het wel goed er altijd iets over te zeggen. Ook als dat alleen maar positief is voor de maker. Zo kan er in elk geval geen misverstand over bestaan of ontstaan.

 

Charlotte Meindersma, jurist Charlotte’s Law

In het volgende deel lees je over volgrecht en eigendomsrecht. 
Lees ook Kunstmagazine pArt met artikelen over kunst, kennis en visies. https://www.specialarts.nl/21713/

159

Wat fijn dat je jouw bijdrage wilt geven! Om dat te doen dien je eerst in te loggen.

Heb je nog geen profiel? Registreer dan eerst om een nieuw profiel aan te maken.